Homepage > Kwekersrecht > Kamer van Beroep

Kamer van beroep


Inhoudsopgave


Rechtsgrondslag

Overeenkomstig artikel 67 van Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad kan beroep worden ingesteld tegen volgende beslissingen van het Bureau :

  • Nietigverklaring/vervallenverklaring van communautaire kwekersrechten (artikelen 20 en 21)
  • Dwanglicenties (artikelen 29 en 100, lid 2)
  • Bezwaren (artikel 59)
  • Afwijzing/verlening van een communautair kwekersrecht (artikelen 61 en 62)
  • Aanvaardbaarheid/wijziging van rasbenamingen (artikelen 63 en 66)
  • Te betalen rechten (artikel 83)
  • Verdeling van de kosten (artikel 85)
  • Instelling/openbare inzage van registers (artikelen 87 en 88)

Tegen beslissingen inzake dwanglicenties staat rechtstreeks beroep open bij het Europese Hof van Justitie.


De beslissing kan gericht zijn tegen de appellant dan wel tot een rechtstreeks en individueel betrokken andere persoon. De bij de procedure betrokken partijen kunnen partij zijn in een beroep en het Bureau is verplicht dit toe te staan.


Een beroep heeft schorsende werking met betrekking tot de betwiste beslissing, tenzij het Bureau anders beslist (artikel 67, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad).


Samenstelling kamer van beroep

Voorzitterschap

De voorzitter van de Kamer van Beroep van het Communautair Bureau voor Plantenrassen en zijn plaatsvervanger werden bij besluit van de Raad van 17 december 2007 benoemd.

Voorzitter Kamer van Beroep : de heer Paul VAN DER KOOIJ

Ambtstermijn:  5 jaar vanaf het moment dat zij hun werkzaamheden hebben aangevangen.

Gekwalificeerde leden

Overeenkomstig artikel 47, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad inzake het communautaire kwekersrecht heeft de raad van bestuur van het Bureau tijdens zijn bijeenkomst van 14/15 Maart 2006 de lijst van gekwalificeerde leden opgesteld. Deze lijst is vastgesteld voor een periode van vijf jaar, te rekenen vanaf 23 februari 2006.

 

1. BALZANELLI, Sergio
2. BARENDRECHT, Cornelis Joost
3. BESLIER, Stéphane
4. BIANCHI, Pier Giacomo
5. BIANCHI, Richard
6. BLOUET, Françoise
7. BONNE, Sophia
8. BORRINI, Stefano
9. BRA, Maria
10. BRAND, Richard
11. CALVACHE QUESADA, David
12. CHANZÁ JORDÁN, Dionisio
13. CHARTIER, Philippe
14. CSURÖS, Zoltán
15. DEL RIO PASCUAL, Amparo
16. GRESTA, Fabio
17. GUIARD, Joël
18. GUISSART, Alain
19. KÖLLER, Michael
20. KRALIK, Andrej
21. LAURENS, François
22. LÓPEZ-ARANDA, José Manuel
23. MARGELLOS, Théophile M.
24. MENNE, Andrea
25. MIJS, Jan Willem

26. OLIVIUSSON, Peter
27. PATACHO, Rosa Hermelinda Vieira Martins
28. PAUSE, Christof Frank
29. PERRACINO, Mauro
30. PETIT-PIGEARD, Roland
31. PINHEIRO DE CARVALHO, Miguel Ângelo Almeida
32. REHEUL, Dirk
33. RIECHENBERG, Kurt
34. ROBERTS, Timothy Wace
35. ROSA-PEREZ, José-Manuel
36. ROYON, René
37. RÜCKER, Beate
38. RUSSO, Pietro
39. SANTANGELO, Enrico
40. SCOTT, Elizabeth
41. SIBONI, Eugenio
42. TURRISI, Rosario Ennio
43. ULLRICH, Hanns
44. VAN DER KOOIJ, Paul A.C.E
45. VAN MARREWIJK, Nico P.A.
46. VAN OVERWALLE, Geertrui
47. VEIGA DA CRUZ DE SOUSA, Pedro António
48. WIESNER, Ivo


Richtlijnen  betreffende de procedure

1.  Kennisgeving van een beroep

Een beroep wordt schriftelijk bij het Bureau ingesteld binnen twee maanden na de dag waarop de beslissing is meegedeeld (indien deze tot de appellant is gericht) of binnen twee maanden na de bekendmaking van de beslissing (artikel 69 van Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad).

Inhoud van het beroepschrift : 

  • Aanwijzing van appellant als partij in de beroepsprocedure
  • Dossiernummer van de beslissing waartegen het beroep wordt ingesteld
  • Verklaring betreffende het doel van het beroep (i.e. wijziging/vernietiging van de beslissing)


Binnen vier maanden na mededeling/bekendmaking moet een schriftelijke verklaring worden ingediend waarin het beroep met redenen wordt omkleed.

 

Na ontvangst van het beroepschrift zendt het secretariaat van de Kamer van Beroep de appellant een standaardformulier toe dat door de appellant moet worden ondertekend en waarin wordt gevraagd naar de beroepsgronden. Het formulier gaat vergezeld van een factuur voor een derde van de te betalen beroepsrechten (500 Euro).

 


2.  Alvorens doorverwijzing
Indien het Bureau zijn beslissing niet binnen een maand  na ontvangst van de schriftelijke uiteenzetting corrigeert, legt het het beroep onverwijld voor aan de Kamer van Beroep en neemt het een besluit over de vraag of al dan niet schorsende werking moet worden voorkomen.


3.  Onderzoek van het beroep
Na te zijn voorgelegd aan de Kamer van Beroep bestaande uit een voorzitter en twee leden   (de rapporteur en een ander lid) wordt het beroep onderzocht. De rapporteur stelt vervolgens een advies op.

Mondelinge procedure

Partijen kunnen mondelinge verklaringen afleggen. De mondelinge procedure is openbaar, tenzij de betrokken Kamer van Beroep beslist dat openbaarheid met name aan een partij in de beroepsprocedure ernstig en ongerechtvaardigd nadeel zou kunnen toebrengen..


4. Uitspraak van de Kamer van Beroep
De Kamer van Beroep komt tot een op het onderzoek van het betrokken beroep gebaseerde beslissing. De Kamer van Beroep kan zelf de bevoegdheden van het Bureau uitoefenen of de zaak terugverwijzen naar het Bureau, dat aan de beslissing van de Kamer van Beroep gebonden is.

De door de voorzitter van de Kamer van Beroep en de rapporteur ondertekende beslissing wordt binnen drie maanden na sluiting van de mondelinge procedure vastgesteld en de partijen toegezonden. De beslissing gaat vergezeld van een mededeling dat binnen twee maanden na kennisgeving van de beslissing van de Kamer van Beroep cassatieberoep bij het Europese Hof van Justitie kan worden ingesteld.


5. Cassatieberoep bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
Een niet in het gelijk gestelde partij kan tegen een beslissing van de Kamer van Beroep cassatieberoep instellen bij het Europese Hof van Justitie.
Uiterste termijn: binnen twee maanden na kennisgeving van de beslissing van de Kamer van Beroep.

 

Gronden :

  • Onbevoegdheid
  • Schending van wezenlijke vormvoorschriften
  • Schending van het Verdrag, Verordening 2100/94 of van enige uitvoeringsregeling daarvan
  • Misbruik van bevoegdheid

Het Europese Hof van Justitie kan de betwiste beslissing nietig verklaren of wijzigen.

Het Bureau is gebonden aan de beoordeling door het Europese Hof van Justitie.


6. Te betalen rechten
In artikel 11 van de Verordening inzake te betalen rechten (Verordening (EG) nr. 1238/95 van de Commissie als gewijzigd) is bepaald dat de appellant een beroepsrecht van 1500 euro betaalt voor de behandeling van een beroep als bedoeld in artikel 113, lid 2, onder c), van Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad.

Een derde van het beroepsrecht moet worden voldaan op de datum waarop het beroepschrift bij het Bureau inkomt. Het resterende deel van het beroepsrecht (twee derde) moet op verzoek van het Bureau worden voldaan binnen een maand nadat de zaak aan de Kamer van Beroep is voorgelegd. De voorzitter van het Bureau kan in de volgende gevallen terugbetaling van het reeds betaalde beroepsrecht gelasten: wanneer sprake is van een prejudiciële herziening of wanneer degene die het beroep heeft ingesteld door de Kamer van Beroep in het gelijk wordt gesteld, tenzij deze herziening of de gunstige afloop van het beroep berusten op feitenmateriaal dat op het ogenblik van de oorspronkelijke beslissing niet voorhanden was.


7. Kosten
In artikel 85, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad is bepaald dat de verliezende partij (of de appellant die zijn beroep intrekt) de kosten van de andere partij in de procedure draagt, alsmede alle door hem noodzakelijk gemaakte kosten die verband houden met de procedure, met inbegrip van reis- en verblijfkosten alsmede de kosten voor honorering van de gemachtigde, raadslieden of advocaten, binnen de grenzen die voor elke kostencategorie zijn vastgesteld, als gespecificeerd in artikel 76 en de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1239/95 van de Commissie (de verliezende partij is alleen verplicht voor één gemachtigde enz. te betalen, indien de in het gelijk gestelde partij door meer dan een gemachtigde, raadsman of advocaat wordt vertegenwoordigd; artikel 76, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1239/95).

 

Het Bureau of de Kamer van Beroep kan desgevraagd de hoogte van het bedrag bepalen.


E-mail Afdrukken